Samenvatting

Auteur: Anne Borsboom

  • Nederlands
  • Verkrijgbaar bij de auteur (anneborsboom(at)hotmail.com
  • 178 pagina's
  • mei 2009
Otto is negenentachtig en Alzheimerpatiënt. Hoewel hij getrouwd is, woont hij niet samen met zijn veel jongere vrouw Mara. Thuis wordt hij verzorgd door drie privéverpleegsters die elkaar wekelijks aflossen. Als één van hen besluit ermee op te houden, biedt Carien zich aan. Zij heeft dat werk nog niet eerder gedaan, maar denkt toch voor de sympathieke Otto te kunnen zorgen.

Al spoedig blijkt Mara minder vriendelijk dan Carien aanvankelijk veronderstelde. Zij raakt echter aan Otto gehecht en kiest ervoor om bij hem te blijven, ook omdat ze ziet dat hij gelukkig is en naar omstandigheden goed functioneert. Dat verandert als hij weg moet uit zijn vertrouwde omgeving.

De zeer bedenkelijke rol die Mara speelt, roept herinneringen op aan de gewetenloze Haagse verzorgers en verplegers die trouwden met schatrijke dames vanwege hun miljoenen.

Elke situatie en gedachtegang wordt boeiend en met liefde en humor beschreven. Dit boek werpt een verfrissende kijk op het omgaan met Alzheimerpatiënten.

Recensies:

P.D. Sijtsma-Rietberg

Als vrijwilligster Carien besluit om het werk van de ex-collega van Pien over te nemen, weet ze nog niet waar ze aan begint. Carien gaat met Pien samenwerken. Alles is nieuw en ze wordt gelijk in het diepe gegooid: de zorg voor een 89-jarige Alzheimerpatient. Ze leert inzien wat Alzheimer kan doen met iemand: hoe diens persoonlijkheid verandert en wat dat betekent voor diens partner, hoe ingrijpend elke verandering is en hoe je de persoon daarin kunt begeleiden. Maar ook hoe leuk het kan zijn om een Alzheimerpatiënt te verzorgen. Elke gedachtegang wordt boeiend beschreven en geeft een verfrissende kijk op het omgaan met Alzheimerpatiënten. Helder taalgebruik. Inhoudelijk geheel herzien en met nieuw omslag. Paperback; normale druk.


uit 8 Weekly Erik Meijers

Als we deze recensie aan Otto zouden hebben overgelaten, dan had hier niet veel meer gestaan dan: 'Dag meneer, dank u beleefd. Ik moet nu gaan anders kom ik te laat.' Dan had u trouwens even goed geweten waar dit stuk over ging als Otto zelf. Otto heeft namelijk Alzheimer.

Otto is niet alleen Alzheimerpatiënt, maar ook letterlijk het lijdend voorwerp in Anne Borsbooms gelijknamige debuutroman. Borsboom publiceerde eerder poëziebundels, waaronder Brussels kant. Otto zag in 2001 al het levenslicht, maar is nu in een geheel herziene uitgave opnieuw uitgebracht.

Verpleging
Otto is negenentachtig en getrouwd met de veel jongere Mara. Hij wordt thuis verzorgd door drie privéverpleegsters die elkaar wekelijks aflossen. Een van die verpleegsters is Carien, aanvankelijk een vriendin van Mara. Ondanks het feit dat Carien over geen enkele ervaring in het verpleegsterswerk beschikt, heeft ze aangeboden voor de sympathieke Otto te zorgen. Al snel blijkt dat Mara niet zo vriendelijk is als Carien in eerste instantie dacht. Ze besluit voor Otto te blijven zorgen ondanks het vervelende gedrag van Mara.

Aan de hand van de belevenissen van Carien krijgen we als lezer een goed beeld van de ingewikkelde situaties die een ziekte als Alzheimer met zich mee brengt. Op tragikomische wijze wordt het verval van Otto weergegeven. De 'goede' momenten van Otto geven hoop en zorgen voor een glimlach op je gezicht. De slechte momenten laten je echter beseffen hoe confronterend deze ziekte kan zijn. Maar goed of slecht: Borsboom vertelt het allemaal met veel liefde en respect voor de patiënt, wat misschien voortkomt uit een persoonlijke verbondenheid met het onderwerp. Borsboom schreef Otto als in memoriam voor een man met Alzheimer met wie ze zelf korte tijd heeft gewerkt.

Alledaags
Naarmate het boek vordert neemt ook het verval van Otto toe. En hoe verder Otto achteruit gaat, hoe beter de onervaren Carien met de situatie om leert gaan. In eerste instantie heeft ze geen idee hoe ze met Otto en de ziekte om moet gaan:
Ik vond Alzheimer raadselachtig. De ene dag gaf Otto de indruk dat hij niet lang meer zou leven, dan verzette hij geen stap, was hij somber en zo afwezig dat niets tot hem leek door te dringen. Een dag later was hij weer springlevend en liep hij vrolijk en in zichzelf keuvelend door het huis.
Maar gaandeweg wordt haar omgang met Otto steeds beter en krijgen vreemde voorvallen door haar rustige benadering haast iets vanzelfsprekends:
Terwijl ik de bloemen in het water zette, hoorde ik een geluid achter me dat niet alledaags was: Otto had zijn katheterslangetje tevoorschijn gehaald en plaste in de prullenmand. Toen ik het klemmetje weer vastgemaakt had zei hij: 'Dag lieve moeder, het smaakte lekker. Ik ga nu mijn handen wassen.' Daarna liep hij naar de badkamer om de daad bij het woord te voegen.
Kwetsbaarheid
De rust van Carien en haar liefde voor Otto, de sympathieke Otto zelf en de voortsluipende moordenaar Alzheimer, het alledaagse optimisme en het onderhuids sluimerende verval, het meedogenloze egoïsme van Mara: allemaal elementen die Otto tot een zeer geslaagd verhaal maken over de kwetsbaarheid van de Alzheimerpatiënt. Dit is niet alleen het verhaal van de lieve Carien, de symphatieke Otto of de egoïstische Mara. Dit is het verhaal van een ziekte die door haar grilligheid zowel vertwijfeling en boosheid als sympathie en liefde oproept.

Otto gaat over hoop, liefde, verval en wanhoop. Grote thema's die Borsboom op een alledaags niveau aan de lezer voorschotelt, waardoor Otto nooit pompeus of sentimenteel wordt. Juist door de bijna klinische benadering van het onderwerp, besef je soms pas later hoe ingrijpend sommige gebeurtenissen in het leven van een Alzheimerpatiënt moeten zijn. De schrijfster slaat precies de juiste toon aan voor een onderwerp dat eigenlijk niet uit te leggen valt. Want als zelfs de patiënt niet weet wat hem overkomt, hoe kunnen wij dan ook maar even denken dat we hem wel snappen?
Wat zegt u mevrouw, ben ik gevallen? Ik denk dat u het verzint om zomaar wat te zeggen, want ik weet van niets.